Friday, October 30, 2009

Open Deur, of: Nadenken - Waarom Niet?

Luister losers. (jullie weten wie jullie zijn) Ik heb slecht nieuws voor jullie: de excuses raken op. Het zwaktebod van goh, dat wist ik niet is op sterven, zo niet al wijlen. (zie ook: opdepof)

Als iets ons geleerd heeft van het recente DSB gelul is het wel dat 1) de meeste financiële instellingen criminelen zijn en dat 2) je GOED MOET LEZEN voordat je ergens je handtekening onder zet. (zie: koopsompolissen) Het is wachten totdat de volgende bank omvalt en de goegemeente weer in de hoogste boom klimt.

Met betrekking tot de Mexicaanse Griep: van allerlei gelul en in drie maanden (weetikveel) zijn er 2 doden gevallen en een aantal mensen voelden zich een paar dagen 'niet lekker'. Een korte blik op de statistieken van, oh, bijvoorbeeld andere soorten griep, leert ons dat 'gewone' griep even ziekelijk/dodelijk is. Wel goed dat we er zoveel over gepraat hebben. En die paniek enzo.

Dit brengt ons bij het tweede punt: shit die je in de krant leest, is niet altijd waar. Sterker nog, het mééste wat je in de krant leest is niet waar. Toch vreemd dat nog niet iedereen dat abonnement heeft opgezegd en des ochtends gewoon achter het internet wat nieuws inwint. (prijsvraag van de maand: welke krant heeft het meest opgeklopte, feitelijk onware nieuws, maar verkoopt het best? Voor de bonusvraag: waarom zou die correlatie er zijn? Voor de bonus-bonusvraag: wat betekent 'correlatie'? )

Snel verder zappend komen we bij het feit dat de aarde wat aan het verslonzen is. Her en der stijgt een zeespiegeltje, links en rechts wordt het wat warmer (iets met fossiele brandstoffen), af en toe vind men wat gedumpt gif en aanverwante in een zee/rivier/natuurgebied. Blijkt nu: daar zijn wij verantwoordelijk voor geweest. Sakkerloot! Wat een nieuws. Goed dat we het er nu af en toe over hebben. En er verbouwereerd over zijn. Vooral dat.

Mensen mogen graag klagen over bureaucratie. Het is allemaal zo moeilijk om iets gedaan te krijgen bij je kabel-provider. Het duurt zo lang om iets bij je bank gedaan te krijgen. Het is zo tijdrovend om iets bij je verzekeraar betaald te krijgen. De gemeente doet er duizend jaar over om een vergunning af te geven om die roze flamingo's op je dak te plaatsen. Tsjongejonge. Maar Hé! Wacht eens. Zo ongeveer 90% van alle Nederlanders werkt bij die instellingen. Ik zie hier een overduidelijke clou in een tekstballonetje hangen....ehh........GA JE WERK GOED DOEN EN HOU OP MET ZEIKEN.

Politici hebben grote moeite om aan de ene kant hun plannen uit te voeren en aan de andere kant om hun plannen goed uit te voeren. Dit is natuurlijk een teleurstelling voor veel mensen. Maar, als je er even over nadenkt: JIJ hebt voor die idioten gestemd destijds. Is natuurlijk pijnlijk, verantwoordelijkheid. Maar wel waar.

Ik kan zo nog wel even doorgaan, maar voor de snelle lezers onder U zal ik maar snel inhaken op de moraliserende conclusie. In de meeste gevallen waarin er in uw leven iets misgaat, U bedonderd wordt, miskend bent, enzomeer, had U met een korte gedachtegang al deze zaken kunnen ontlopen. Nu weet ik, het is moeilijk om overal over na te denken. Het is ook veel lekkerder om gewoon een pizza te ontdooien en kwijlend voor een televisie te gaan zitten. Maar wees U bewust: de wereld wordt kleiner, het internet is overal, kennis wordt wijder verbreid en langzaam maar zeker zult u daarmee de verantwoordelijkheid moeten gaan dragen. En de excuses raken op.

Ik raad U aan, wees wijs, bedachtzaam en bewust. Want we komen eraan en we hebben geen tijd en zin om tekst en uitleg te geven, en we hebben geen mededogen met dommeriken.



Tuesday, October 27, 2009

Griepje

De koude rillingen schoten door mijn lichaam. Ik lag gespreid, mijn ledematen lukraak verdeeld over het matras en ik zag geen reet. Ik hoorde gedempte vogels en bouwvakkers door het dekbed komen - alhoewel, ik was bedekt door iets zachts, maar het voelde beduidend anders aan den mijn vertrouwde lakens. Ik kreeg nog een golf rillingen over me heen en met een spastisch, verzwakte molenwiek gooide ik de dekens van me af.

Bij het aanvoelen van het daglicht begonnen mijn ogen te tranen en met twee motorisch gestoorde vingers pulkte ik het slaapzand uit mijn oogkassen. Oogkassen, waar overigens een hartslag in klopte als een koppel pauken in een vliegtuighangar. Langzaam begon het bewustzijn te dagen, en wat bleek: ik was niet bedekt door mijn dekbed, maar ik was onder een levensgrote fucking Sombrero in slaap gevallen.

Nou was dit niet de eerste keer dat ik met een vreemd voorwerp wakker geworden was (verkeerspilon, fotoalbum, pak vla, halve kerstboom, een meisje - etc.), dus ik probeerde zo snel mogelijk mijn hersenen aan te jagen en mij te herinneren hoe ik aan Sombrero Maximus was gekomen. Maar, ik had zo'n knallende hoofdpijn, ik vond het maar moeilijk concentreren. Ik besloot eerst maar een kopje koffie in mijn systeem te injecteren.

Rillend en een tikkeltje verdwaasd stapte ik uit bed en nam nog geen twee stappen of de zool van mijn voet maakte contact met iets overduidelijks glibberigs en glasachtigs en ik smakte steil voorover. Het vloer-contact gaf een extra dimensie aan de voorgenoemde hoofdpijn en toen ik rechtop kroop zag ik de boosdoener van mijn glijpartij: een fles Black Death Tequila. Sterker nog: deze fles had een drietal lege broers meegenomen, her en der rond mijn vloer verspreid.

Op zich zou dit een hoop van mijn symptomen verklaren, ware het niet dat ik sinds mijn jonge jaren dat vreselijke goedje voorgoed heb afgezworen wegens een sterk ontwikkelde smaakaversie jegens dat spul, na een slecht geïnformeerde inname. (ik drink liever chloor dan tequila)

Perplex schuifelde ik richting de keuken, mijn hoofd brekend over deze vreemde ochtend. In de hal kwam ik huisgenoot D tegen, die blijkbaar in de 27 uur dat ik hem niet gezien had een forse, krullende snor had laten groeien. Ik knipperde een aantal keer, maar hoeveel vocht ik ook over mijn netvlies liet vloeien, die snor bleef maar zitten. Wel merkte ik op dat hij twee aangenaam stomende mokken in zijn handen had met daarin een aantrekkelijk zwart brouwsel. Huisgenoot D en zijn koffie zijn sinds jaar en dag mijn persoonlijke beschermengel. Traditioneel griste ik een mok uit zijn handen en nam een slok alvorens hem een goede morgen te wensen. (ook in ons huis is zwijgen goud)

In nam een diepe teug, in de hoop dat alle surrealistische zaken als een kater voor de zon zouden verdwijnen, maar zodra de vloeistof over mijn tong en verhemelte stroomde merkte ik dat de vloeistof in kwestie geen koffie betrof. Een zoete rum en chocola zweem lag over de bittere koffiesmaak heen en in een reflex spoog ik de grote slok tegen de muur aan mijn rechterzijde.

Gat. Ver. Damme.

Een lichte paniek begon zich meester van mij te maken en terwijl ik de laatste restjes gore semi-koffie uit mijn longen hoestte, baande ik mij naar de badkamer om daar een koude douche te gaan nemen, hopende dat deze belachelijke nachtmerrie op zou houden. Ik opende de badkamerdeur met een fikse ruk en schrok mij een ongeluk. In mijn kleine toilet-douche combinatie had één of andere praktische grappenmaker zo'n één-en-veertig joekels van cactussen geïnstalleerd.

De psychosomatische schrok bij het zien van zoveel prikkers werd mij teveel en droog-hoestend, hart-kloppend en hoofd-pijnend zeeg ik ineen en werd alles zwart voor mijn ogen. Voor dat ik het bewustzijn verloor, leek het wel alsof het piepende, schrapende stemmetje van Mary Servaes mij in een diepe slaap vergezelde.

Tuesday, September 15, 2009

Koffietijd!

De meeste producten hebben tegenwoordig een differentiatie met betrekking tot prijs en kwaliteit. Zo ook het doodgewone bakkie pleur dat wij allen dagelijks tot ons nemen. Sommige mensen zweren nog bij hun ouderwetse koffie-zet-apparaat (Mensen Zoals Ik), hebben de geneugten van de Senseo als hoogste goed (Andere Mensen) en er zijn mensen die een waarachtig koperen fabrique hebben aangeschaft die de halve keuken vult en (blijbaar) verrukkelijke espresso en dergelijke produceert. (Mensen Met Teveel Geld) Uiteindelijk gaat het ons toch om de caffeine, maar het is altijd vermakelijk om mensen hierover te horen discussieren, de rijkheid en variatie van het leven is immers waar het om gaat hier op aarde.

Een tijd geleden mocht ik tijdens een dergelijke sessie vernemen dat er koffiebonen bestaan genaamd Kopi-Luwak en dit betreft een bonensoort die zijn (haar?) smaak ontleend aan de avontuurlijke reis die deze bonen afleggen alvorens bij een speciaalzaak terecht te komen, namelijk, via de darm (zowel dik als dun) van een Filipijnse Loewak-Kat. Vervolgens zijn er mensen in de emplooy om de bonen van de voorgenoemde katten-kak te scheiden om deze vervolgens op de markt beschikbaar te maken. Afgezien van de gezonde kokhalzingen die mijn slokdarm al maakt bij het idee van het drinken van koffie van die bonen, vraag ik mij bij het horen van dit heugelijke nieuwtje dus vooral af hoe iemand dit in godsnaam ontdekt heeft.

Denk even mee. Halverwege de jaren negentig zitten alle koffie-moguls (mogullen?) met hun handen in het haar. Na de frappachino is er niets meer te bedenken door de doorgesnoven marketingidioten en op een goede woensdagochtend roept een koffie-mogul (Douwe? Max? Kanis?) zijn hoofd van de Nieuwe Ontwikkelingen bij zich:

"Willem! Godverdomme, we hebben iets nieuws nodig. Hier is een ticket naar de Filipijnen, vind nieuwe koffie of het is je scalp op mijn bureau!"

Willem, geheel in tropen-outfit en met een diepgewortelde koloniale instelling toogt naar de Filipijnen. Daar aangekomen infiltreert hij van allerlei rokerige kroegen en opium-holen totdat hij toevallig de mogelijkheid ziet om luistervinkje te spelen bij een drietal koffie-smokkelaars. Hij leert over een nieuwe soort boon, diep verscholen in de verradelijke jungle van de Filipijnen. Eureka!

Hij casht de volgende morgen zijn reischeques in en huurt de diensten van een plaatselijke gids/sherpa M'Bongo. Bepakt en bezadeld trekt M'Bongo achter Willem aan het oerwoud in en met een bamboe-stok niet dikker dan zijn duim maant Willem M'Bongo tot snelheid en resultaat. (ik zei het al: koloniale houding) Na een volle dag zonder iets dat ook maar op een koffieboon lijkt besluit Willem om het kamp op te zetten. Met een paar fikse halen van zijn stok dwingt hij M'Bongo tot het opzetten van de tent en het maken van een kampvuur. M'Bongo ondertussen voelt zich steeds slechter over zijn carrière-keuzes, maar de lange arm van de koffie-mogul reikt ver en hij voelt dat de optie om Willem te verlaten niet meer aanwezig is.

Dit gaat een paar dagen zo door. Willem foetert M'Bongo uit en de expeditie lijkt op niets uit te lopen. Totdat op een morgen Willem zichzelf niet meer kan beheersen en keihard M'Bongo begint te meppen, onderwijl verwijten schreeuwend over het niet vinden van de gedroomde nieuwe koffiebonen. Bebloed en strompelend wordt M'Bongo het kamp uitgejaagd onder de verwensing dat hij zonder bonen niet terug hoeft te komen.

Snikkend en stotterend stuit M'Bongo na een lange tocht uiteindelijk met zijn linkervoet op een stomend hoopje katachtige uitwerpselen. Ook dat nog. Hij begint zijn voetzolen af te vegen aan een nabije boom en tijdens het vegen merkt hij dat er kleine boontjes tussen de penetrante kattenflets verborgen zitten. Als in een trance stopt hij er één van in zijn mond en na een korte omwerveling rond zijn tong en verhemelte kan hij het niet meer ontkennen: Dit Is Een Koffieboon!

Juichend en joelend van zijn ontdekking brengt hij de boon bij Willem. Samen malen ze de boon en zetten er een vingerhoedje koffie van. Wat blijkt? Hemels.

Enkele maanden later is Willem terug met de volle steun van de Koffie-Mogul (Douwe? Max? Kanis?) om een leger aan katte-kak-peuteraars in te zetten om alle bonen in de wijde omgeving in te lijven in de product-range van zijn werkgever. Zodra er genoeg bonen geoogst zijn en de marketing-machine op vollen toeren draait, blijkt het publiek onherroepelijk te zitten wachten op deze exquise en vrij prijzige koffie. En op een dag zijn twee koffie-afficionados gezellig het weetje over de katten-bonen te delen en mag ik het met mijn gespitste oortjes opvangen.

Mooi.


Wednesday, September 9, 2009

Kaartje Leggen - Niemand Zeggen

Binnen een typisch Nederlandse traditie mag ik graag, onder het genot van leuke mensen en al dan niet alcoholische versnaperingen mijzelf engageren in een gezelschapsspelletje. Van oudsher zijn de winters hier lelijk nat, dus de zondagmiddag is uitgelezen voor het gezamelijk borden van een gansje, het ergeren van een Mens niet, het jassen van een Klavertje en het jagen op Harten. Geheel in het verlengde van onze (whatever) kijk op gezelligheid.


Sinds een aantal jaren / maanden blijkt echter het tijdsverdrijf pokeren, in een sociale sfeer (of in de online versie) zeer aan populariteit te hebben gewonnen onder de Nederlandsche bevolking. Van die pokerij ben ik minder te spreken. Zoals algemeen bekend is het introduceren van een monetaire component binnen een spelletje funest voor de bijbehorende lol die er te halen valt. Iedereen die wel eens een weddenschap verloren heeft of bijvoorbeeld een verlepte man (altijd mannen) achter de gokkast in de plaatselijke snackbar of bruine kroeg heeft zien staan kan dit beamen. Daarnaast, in het kader van de skill die er bij het pokeren komt kijken zijn de kaarten vrij snel geschud, namelijk die is recht evenredig met het niveau kansberekening van de speler gecombineerd met in hoeverre de speler over "stalen zenuwen" beschikt. Beide plafonds binnen de leer-curve zijn snel bereikt, alhoewel het besef hiervan niet bij de meeste pokeraars aanwezig blijkt te zijn.


Gelukkig doen dat soort zaken er niet toe bij het besluit om mee te doen aan de poker-tombola en als een soort olievlek van opium is het steeds normaler en sociaal geaccepteerder geworden om dagelijks eens lekker achter de pc aan je gokverslaving te werken. Natuurlijk, zoals elke verslaafde, zijn de lulsmoesjes van die poker-jokers niet van de lucht: Het is geen kans-spel, want ik heb een systeem, ik speel alleen om kleine bedragen, het is alleen voor de gezelligheid.


Allemaal Gelul.


Natuurlijk ben ik niet zo begaan met mijn medemensen dat het mij ene lor uitmaakt wie hoeveel euros over wat voor balk smijt, maar toch ondervind ik last van dit kaart-gelazer. Zoals elke hobby sluipt namelijk het jargon en de beschrijvingen van individuele ervaringen langzaam, maar zeker binnen de conversaties in het dagelijks leven. Persoonlijk vervullen deze uitingen mij met een nieuwe, zeer ver geëvolueerde vorm van irritatie en weerzin. Zodra zinnen als 'en toen, op de flop, was er die ruiten, en had die andere eikel een flush' er uit iemands mond komen rollen, is de eerste associatie toch dat het om een anekdote over een stoelgang gaat. Ik weet niet hoe U hierover denkt, maar ik hou liever elke verwijzing naar de stoelgang buiten mijn conversationele arena.


Ook in kranten, op televisie, op het internet (die pop-ups!) en aanverwante komt die rommel steeds vaker naarboven, en voor mij staat al dat poker-geschreeuw toch qua amusements-waarde gelijk aan een man in een lege kamer die een munt opgooit en iedere keer als kop boven komt, een tien euro briefje uit het raam flikkert.


Dus, ik wil U dan ook manen tot stilte en vriendelijk (nou ja) vragen om als u zich (terloops) Binnen De Ring bevind, uw poker-gelul bij de Ring achter te laten en tijd wil besteden aan het ontwikkelen van bijvoorbeeld een gevoel van humor of U verder bekwaamt in de gouden kunst van de Stilte.

Saturday, September 5, 2009

Een Brug Te Ver

Zoals eerder vermeld is en blijft het openbaar vervoer zowel binnen de ring als daarbuiten een kwelling en is wetenschappelijk vastgesteld dat het gebruik daarvan bijdraagt aan de aftakeling van de ziel. Dus, als enig alternatief blijft de fiets over. Hier is door de jaren heen veel over gezegd, maar ondanks dat wil ik als laatkomer hierover nog een duit in het zakje doen.

Gisteren vliedde ik mij naar een niet nader te noemen locatie en mijn mint-groene beestje had er zin in. De zon scheen nog flink en het herfstonweer was nog mijlenver weg. Ik reed een niet nader te noemen straat uit en aan het einde van deze straat is één van onze vele pittoreske bruggetjes te zien en deze brug stond open. Geen punt, ik had geen haast en een aangenaam stukje muziek uit de jaren negentig (niet nader te noemen) op het koppie, dus ik minderde vaart en schoof aan bij de rest van de wachtende wielers. Daar ontvouwde zich het volgende tableau:

De weg is daar opgedeeld in twee delen met daartussen een doorgetrokken witte streep. Het rechterdeel van de weg is bedoeld voor de fietsers die weldra, na het passeren van de boot, naar voren zullen gaan en het linkerdeel is bedoeld voor de fietsers die van de andere kant komen. Een tweetal slagbomen weerhouden de fietsers van een waterige dood. Tot dusver is alles prima. Dan gebeurde het volgende: een bromfiets, overduidelijk geassembleerd in Oost-Duitsland vóór het vallen van de Muur door team van Communistische Mollen komt aanrijden, negeert de netjes opgestelde fietsers (mij incluis) en plant zijn ruftende, rijdende kolenmijn tússen de twee slagbomen in en begint lekker te pruttelen. Één van de medefietsers, ik vermoed een biologie-leraar aan de hand van zijn geitenwollen sokken en sandalen besluit niet mee te willen doen aan de rook-show wurmt zijn fiets diagonaal naar achteren. Hiermee raakt hij een fietsfabriek-bakfiets met een drietal kinderen hierin en door de schok wiebelen de blonde krulletjes op de kinderhoofdjes (áltijd typisch Arische koters in zo'n bakfiets, maar dat is voor een andere keer) en de Power-Mom die de bakfiets bestuurd verwijderd haar mobiele telefoon van haar brallende hoofd en besluit verhaal te halen bij Biologie-Fiets.

Gelukkig hoor ik niets van deze interactie, want mijn lekkere jaren negentig muziek (niet nader te noemen) staat precies om deze reden op volume 5000. Ik wend mijzelf af van dit pathetische gelazer en kijk eens verder. De boot waarop wij allen moeten wachten heeft ondertussen het midden van de doorvaart bereikt en ik voel een lichte spanning in mijn onderbuik - dit betekent dat ik weldra hier weg mag en de gerijpte, Amsterdamse wind binnenkort weer door mijn haren zal vliegen. Dan zie ik het volgende: in navolging van de kleine, mobiele kerncentrale hebben een stuk of acht randdebielen zijn voorbeeld gevolgd en ik vind mijzelf deel van een waar cohort fietsers, opgesteld in een ruit, de hele breedte van de weg innemend en er bekruipt mij het gevoel dat ik mij plots op een soort veldslag anno 1700 bevind en dat wij straks met fiets en bakfiets de Kikkers zo eens laten zien hoe een bayonet werkt. Mensen staan briesend voor de slagbomen, voeten worden aggressief op trappers heen en weer bewogen en iedereen staart bevlogen naar de overkant.

De brug begint langzaam naar beneden te gaan en zodra mijn kijklijn tot aan de overkant reikt, blijkt dat ook daar dezelfde gekte zich meester heeft gemaakt en staat iedereen als een vuurlinie opgesteld. Jezus Aloïsius Gristus! Het is elf uur in de ochtend, waar haalt iedereen de energie vandaan voor dit soort shit. Als die bomen omhoog gaan zit echte tijdswinst er niet in voor mijn mede-reizigers en als je écht haast had zat je wel in een taxi.

Met een verlossend rinkeltje beginnen de bomen te rijzen en de eerste freaks schieten - gebukt over hun stuur - ervandoor. De veldslag is begonnen. Ikzelf doe hier niet aan mij en uiterst lijzig druk ik een trapper naar beneden en tik ik vrolijk op mijn handvatten in de maat van de heerlijke jaren negentig muziek (niet nader te noemen) die uit mijn oordopjes in mijn oorschelp klinkt. Wonder boven wonder is iedereen toch vrij kundig en op het laatste moment ritst iedereen naar de juiste fietsbaan en overleeft iedereen de rit over de brug. Ik laat mij door de zwaartekracht en mijn momemtum naar beneden rijden aan de andere kant en ik probeer dit vreemde brug-fenomeen uit mijn hoofd te bannen. Dan klinkt er een klein stemmetje in mijn schedel - over tien minuten komt er weer zo'n brug. Ik bid tot Jezus Aloïsius Gristus dat die niet óók open staat.

Wednesday, September 2, 2009

Vrij Woelige Baren

De wind sloeg honderden bijna messcherpe waterdruppels in haar gezicht. Haar haren waren op haar voorhoofd geplakt en haar wenkbrauwen stonden op doorzettingsvermogen en onweer - bijna zo donker als de wolken in de lucht. De Hurley 800 - een Deense Terriër onder alle bootjes gemaakt in 1996 - sneed door de Atlantische Ocean als de palm van Bruce Lee door een stapel bakstenen.

Haar reddingsvest zat om haar lichaam gekruld zoals alle tekstboeken dat voorschrijven: net iets te strak en gretig verslond zij golf na golf. Als kapitein was zij bekend met elke nuk en goesting die haar boot rijk had en als een vis in het water bestuurde zij de Gup als een verlengde van haar lichaam. Met haar enkele maanden langer op deze aardbol dan de Gup was zij heer en meester over boeg en achterdek.

Tot op het moment dat de storm zijn echte tanden liet zien. De rukwinden en golven namen exponentieel toe en het leek alsof Poseidon een slechte dag had en besloten had om een makkelijke lunch te gebruiken. De Gup kon het maritieme geweld niet aan en zelfs het sterkste GPS-signaal kon niet door deze tsunami heen gaan. De oer-moeder van alle golven rees op uit het zwarte water en als een megalomane bovenkaak beet zij in de boot en kapitein, smakelijke waterwraak en de tijd stond stil:

De kapitein, hangend aan het roer zag haar leven voor zich voorbij flitsen. Een boot, een zeil, de kust van Nieuw-Zeeland, eerste stapjes met kleine zee-beentjes, het ruwe touw van een varend klimrek tegen de mast, textboeken in de kajuit, vader's rekenles terwijl hij een pootje buiten boord baad, de koers berekenen op een sextant, op schoolreis zonder school - verkennend varen over de waddeneilanden, het Engelse Kanaal over, verontwaardigde ambtenaren, en als laatste een stil verzet, of althans, stilletjes de haven uit gevaren, en toen de storm.

En zo, zonder getuigen, ging een dertienjarig meisje met een twaalfjarig bootje met huid en haar ten onder. In het leven dat voorbij flitste zaten geen films, geen vrienden, geen boeken, geen studie, geen parken, geen bossen, geen leuke baantjes, geen vervelende baantjes, geen gestolen flessen wijn, geen roadtrips naar Parijs, geen muziekconcerten, geen mysterieuze foute vriendjes met hippe schoenen, geen lome zondagochtend de krant openslaan met een glas sinasappelsap, een croissantje en een voorpagina-bericht dat een of andere malloot z'n minderjarige dochter alleen de wereld over heeft laten varen en de gedachte 'och, Darwin zei het al: survival of the fittest - lekker boeiend' en nog eens de keuken inlopen voor nog een kop koffie.


Wednesday, August 26, 2009

Stringent Advies

De wekker gaat en met moeite en pijn rijs ik op uit mijn bed en strompel ik naar mijn computer. Ik klik op mijn bookmark van Facebook en ik verander mijn status van 'ik ga naar bed' naar 'veel te weinig geslapen, maar toch opgestaan'. Tevreden met de bevestiging van mijn bestaan loop ik naar de keuken, zet ik de koffie aan en terwijl deze vredig pruttelt stap ik onder de douche. Ik was mezelf, droog me af en loop mijn kamer weer in, kop koffie in de ene hand, de andere hand druk bezig een vinger in mijn oor te porren om het water te verwijderen.

De kop koffie parkeer ik naast mijn toetsenbord en ik surf weg van Facebook en ga naar mijn Myspace en verander mijn stemming naar "fris vanuit de douche'. Tijd om aan te kleden. In de tijdspanne van twee vlerkjes van een geitenstaart ben ik gekleed en klaar om naar mijn werk te gaan. Voordat ik op de fiets stap log ik nog even in op mijn Hyves en post ik op mijn blog: "Zo, weer een werkdag voor de boeg."

De wind vliert door mijn half-natte haren, een aangename druk op mijn knieën als ik de trappers naar beneden duw. Fluks ontwijk ik auto's links en rechts, maar uit een dode hoek springt plots een dikke dame op een scootmobiel voor mijn wiel. Met de reflexen van een spinnenman weet ik nog net het voertuig te ontwijken. Ik kijk de dame in kwestie beschuldigend aan over mijn rechterschouder en in één beweging, draai ik mijn hoofd naar voren en pluk ik mijn iPhone uit mijn linkerbinnenzak. Met een half oog op het verkeer, duim ik een weg door de applicaties, mijn mond half open, mijn tong nog nét zichtbaar tussen mijn lippen en ik update mijn Twitter met: 'Zó! Net bijna een scootmobiel geraakt met mijn fiets, geen zorgen - ik leef nog hoor!'

Een dik kwartier later parkeer ik mijn fiets in de fietsenstalling en loop ik mijn werk binnen. Ik hang mijn jas op de kapstop en zet mijn PC aan. Nadat alle werk-gerelateerde programma's opgestart zijn klik ik op de explorer. Ik surf hier weer naar Facebook en verander mijn status naar: 'Weer een werkdag voor de boeg, ik ben benieuwd wat het wordt vandaag...'. Daarna ga ik door naar mijn Hyves en krabbel ik op de pagina van Jeroen: 'Goeiemorgen! Hoe gaat ie bij jou?'

Ik wil graag op de hoogte zijn van de dingen die er gebeuren in de wereld, dus daarna is www.nu.nl aan de beurt. Ik bekijk het weerbericht en daar staat een zeer zonnige, mooie dag voorspeld. Toen ik naar mijn werk fietste, was de lucht nog helemaal grijs en grauw. Het is toch wat, na honderd jaar KNMI klopt er nog niets van het weerbericht. Ik log maar weer in op mijn Myspace en ik plaats een blogpost over weersverwachtingen. Zo, dat is ook weer gezegd.

Ik ga weer terug naar nu.nl en ik klik op de link 'opmerkelijk'. Daar staat een artikel over een Giraf in een Italiaanse dierentuin die het blijkbaar heerlijk vindt om na zijn eten een Mars-reep te eten. Het is toch wat! Ik pak mijn iPhone er weer bij en ik schrijf op Twitter: 'Nou, ik lust ook wel Mars-repen hoor! LOLOL' met de link naar het nu.nl artikel erbij. Tevreden leun ik achterover, een klein, schalks glimlachje op mijn gezicht en dan pas merk ik dat er een commotie is onstaan bij de receptie:

Twee mannen, lang en gespierd, gekleed in zwarte pakken en beide een snelle zonnebril op het hoofd zijn druk in gesprek met de receptioniste. Één van de mannen laat iets van identificatie zien en slaat tegelijkertijd zijn colbert een beetje naar achteren en laat het licht vallen op een zwart geweer nonchalant tussen zijn broekriem en zijn lichaam gestoken. Ik sta zo versteld van deze surrealistische scène dat ik helemaal vergeet dit ergens op het internet te plaatsen.

De receptioniste wijst naar mij en de mannen komen mijn kant op met een zelfverzekerde tred. De man die voorop loopt haalt zijn zonnebril van zijn hoofd af en vraagt aan mij:

"Pardon, bent u meneer Jansen?" Ik word erg zenuwachtig, maar ik durf natuurlijk niet te liegen tegen deze mannen.
"Ehh, ja, dat klopt."
"Mooi, ik ben meneer Van der Bilt, dit is meneer Smit, wij zijn van het Internet."
"Ehhhh.....oh......wat kan ik voor u doen?"
"Nou, meneer Jansen, wij volgen u al een tijdje. Het zit namelijk zo, we hebben nogal wat klachten gekregen en het blijkt dat u niet helemaal volgens de regels speelt."
"Regels? Hoe bedoelt u?"
"U maakt vaak gebruikt van het internet, klopt dat?"
"Ik schrijf graag dingen, ja, dat is waar."
"Nou, de dingen die u schrijft...daar wilden we het graag even met u over hebben."
"Hoezo?"
"U bent een vrij saaie man, meneer Jansen. En elke wissewasje, elk minitieus detail van uw saaie, vervelende leventje zet u op het Internet - dat kost bandbreedte, dat kost ruimte op servers, wij zijn hier om u op het hart te drukken dat dat moet stoppen."
"Stoppen? Hoezo? Het internet is toch vrij voor iedereen?"
"Dat is een misvatting, meneer Jansen, en wij zijn hier om het recht te zetten. Ik wil u op het hart drukken, dat als er niets gebeurt aan uw gedrag, dat de volgende keer meneer Smit hier het woord zal moeten doen en dat het dan een vrij kort, bondig en eenzijdig gesprek zal worden, snapt u?"

Hierop liet meneer Smit zijn pistool gedecideerd zien, zijn ogen nog steeds verholen achter zijn zonnebril en de rest van zijn gezicht ontbrak nog steeds elke uitdrukking. Ik stamelde dat ik het begreep en dat ik het nooit meer zou doen. Meneer van der Bilt klaarde hier van op, gaf mij een bemoedigend klopje op mijn schouder en verliet vervolgens met meneer Smit de werkvloer. Mijn eerste reactie was: dit moet ik met iemand delen en mijn hand schoot richting mijn iPhone, maar het beeld van Meneer Smit en zijn pistool drong zich aan en ik liet de iPhone voor wat hij was.

Na drie keer goed ademhalen ben ik in shock maar aan mijn werk begonnen. Ik had nu toch niets beters meer te doen.